Jan Enno de Jong | Piramides van het Noorden
1 / 2

Jan Enno de Jong

Jan Enno de Jong heeft eens beweerd dat hij van binnen naar buiten werkt. Een ietwat mysterieuze uitspraak die de tijd vraagt zich in al haar essentie te ontvouwen. Werken van Jan Enno de Jong, schilderijen, tekeningen, ruimtelijk werk, laten de beschouwer even stil staan, doen hen even op hun schreden terugkeren. Zijn werken dragen de benaming –landschappen-, maar daadwerkelijk zijn er geen landschappen te zien. Eerder zijn het abstracties van landschappen of wellicht kun je ze beter "bezinksels" noemen. Zijn schilderijen laten merkwaardige plekken zien waar iedere poging tot concrete waarneming faalt en waar elke eenduidige opvatting aangaande plaats, tijd en handeling wordt ontkend. Herkenbaar zijn palen en slootjes, planken die ergens overheen liggen of bergen. Herinneringen aan een jeugd op het platteland in het noorden van Nederland, maar ook waarnemingen tijdens fietstochten in Spanje vinden hun weg op het doek of op papier. Zijn werk, en dan concreet zijn ruimtelijke werk, kun je als modellen zien; constructies die verwijzen naar herinneringen en dromen. Waarnemingen, waar dan ook, legt De Jong vast via het schetsen of op foto. Het zijn visuele momenten die een diepe indruk achterlaten en bij veelvuldige beschouwing steeds nieuwe beelden in veranderende contexten bij De Jong oproepen. Voordat hij aan een werk begint staat niets vast. De uiteindelijke vormen ontstaan al zoekende. Het werk is pas af wanneer essenties gepakt kunnen worden binnen het beeld. Essenties die intuïtieve benaderingen van een diep basisgevoel reflecteren. De uiteindelijke beelden ogen als momenten van intensieve waarneming, gevoed met allerlei mogelijke verhalen. Ze hebben ergens het karakter van "filmstills"; de visualisering van plekken waar verleden en toekomst even zijn uitgeschakeld. Vraagstellingen rondom het gebruik van materialen interesseren De Jong niet. Het gaat om het beeld. Beelden waar een minimum aan kleur in te vinden is. Kleur leidt alleen maar af. Soberheid en ruimte hebben poëtische kracht. De Jong formuleert zelf enige kernachtige omschrijvingen omtrent zijn werk : "ergens te willen zijn - dat wat voorbij gaat – en alles daar tussenin – iets diep te willen ervaren". Hij citeert, al sprekend over zijn werk, de Belgische kunstenaar Patrick van Caeckenberg: "Als soep die inkookt tot een geconcentreerd bouillonblokje. Van daaruit kunnen weer nieuwe soepen gekookt worden".  I  tekst David Stroband.